Schoolgids
3. De organisatie van het onderwijs

  

In dit hoofdstuk kunt u lezen welke onderwijs- en opvoedkundige aspecten wij in de verschillende groepen aan de orde stellen en op welke wijze die aspecten gestalte krijgen.
 
 
 
 
 

 

  

3.1. ORGANISATIE VAN DE SCHOOL
 
Bij het samenstellen van de klassen/groepen hanteren wij de volgende uitgangspunten:
  • In principe plaatsen we liever geen broertjes en/of zusjes in dezelfde klas. Het blijkt in de praktijk prettiger te zijn als zij ieder een eigen (verschillende) beleving van de schooldag hebben.
  • De klassen moeten evenwichtig verdeeld zijn qua jongens/ meisjes en qua aantal kinderen per jaargroep.
  • De door ouders ingediende voorkeuren voor plaatsing in een bepaalde groep wordt in de afweging meegenomen.
  • We proberen rekening te houden met de sociale aspecten. Past een kind goed in een bepaalde groep, heeft het kind in een groep aansluiting met andere kinderen en welke kinderen kunnen het beste samen naar een nieuwe groep gaan.
  • De zorg die een kind nodig heeft speelt een rol in het afwegingsproces. We moeten er voor zorgen dat de “zorgkinderen”evenredig verdeeld zijn over de klassen, of in een klas zitten waar die zorg voor hen het beste gegeven kan worden.
  • Maximaal voegen wij twee opeenvolgende leerjaren samen. (bijv. geen combinatie 3 en 5)
  • Gedoubleerde leerlingen komen in een combinatiegroep in principe bij de oudste groep.
  • We streven naar maximaal twee vaste leerkrachten per groep.
 
 
De school kent verschillende vormen van personeelsoverleg:
 

a.  Teamvergadering

  • Bespreken van organisatorische zaken.
  • Bespreken van onderwijs inhoudelijke zaken op uitvoeringsniveau.
  • Bespreking van leerling zaken.
 

b.  Bouw- of 
     Werkgroepenoverleg

  • Op basis van inhoudoverleg. Dit kan tussen leerkrachten van een zelfde bouw zijn, maar ook leerkrachten en ouders die bijv. de schoolreiscommissie vormen.

c.  Plenaire vergadering 
      (iedereen verplicht aanwezig)

  • Inhoud geven aan (meerjaren) onderwijskundig beleid.
  • Personeelsbeleidmatig. Zaken van medezeggenschapsraad komen hier ook aan de orde.
 
 
 
 

 

 

 

3.2. HET WERKEN IN DE GROEPEN
 
Bij het werken in de groepen vinden wij een aantal aspecten erg belangrijk: 
 
A. Een goed pedagogisch klimaat is een voorwaarde om verantwoord les te kunnen geven. We stimuleren het naar elkaar luisteren en het respecteren van elkaars mening, gedachten en gevoelens. We leren de kinderen de grenzen in gedrag verkennen. We leren ze hoe ze zich kunnen ontplooien tot verantwoordelijke mensen. Tijdens de kringactiviteiten staan pedagogische aspecten centraal.
 

B. Het bevorderen van het zelfstandig kunnen werken aan dag- en weektaken. Kinderen  werken zelfstandig aan door de leerkracht opgegeven leerstof. Tijdens de "takentijd"  kiezen ze zelf in welke volgorde ze het werk maken. De leerkracht geeft instructies en registreert de vorderingen. Kinderen die meer aan kunnen krijgen aanvullende leerstof.  Kinderen die moeite hebben met de leerstof krijgen extra ondersteuning van de leerkracht en/of de   leerstof(hoeveelheid) wordt aangepast. Wij vinden het belangrijk dat kinderen enerzijds het gevoel hebben dat ze het kunnen en dat er aan de andere kant  voldoende uitdaging is.    

 
b1
.  De school hanteert de volgende opbouw in het zelfstandig kunnen werken.
Instructie momenten op groepsniveau liggen vnl. aan het begin van de   dag / week. De leerlingen in de midden- en bovenbouw plannen  hun taken op een  registratieformulier,  en leren deze  ook zelf te evalueren.  

      • onderbouw      -  taken per dagdeel
      • middenbouw    -  van taken per dagdeel naar dag- en halve week taken.
      • bovenbouw     -  van halve week naar weektaken

b2Op dit moment hanteren we een systeem van zelfstandig werken waarbij de kinderen middels een blokje op hun tafel kunnen aangeven wanneer ze wel of geen hulp willen hebben of hulp willen geven.

 
  
 
   

 

3.3. ONDERWIJSAANBOD ALGEMEEN EN PER BOUW
 
Algemeen
Als "rode draad" lopen door de school nog de volgende programmaonderdelen:
  • Alle groepen worden in aanraking gebracht met cultuur. (Theatervoorstelling, kennismaking met een schrijver, bezoek aan de bibliotheek, tentoonstellingen, etc.)
  • Soms gaan kinderen in het kader van een thema buiten de school op excursie. (mede onder begeleiding van leerkrachten en ouders).
  • Ter ondersteuning van de lessen volgen we onderwijstelevisie,
  • Vanaf groep 1 leren de kinderen omgaan met het medium computer. (Van muisbesturing tot en met internet). Bovendien wordt de computer ingezet ter ondersteuning van de lessen. De computer wordt gebruikt:

    • Automatiseren, bijv. tafels, topografie,spelling.
    • Remediërend bij leerlingen die meer moeite met een vaardigheid hebben, bijv. letterkennis.
    • Verbreding / verdieping voor leerlingen die extra oefenstof aan kunnen, bijv. topografie.
We gebruiken ook de software die hoort bij de methodes, Veilig Leren Lezen, Taalactief, Spelling in de Lift, Maatwerk.

  • Kinderen werken aan zelfgekozen studies (werkstukken).
  • Kinderen houden spreekbeurten, boek- en krantbesprekingen ter bevordering van het spreken en luisteren.
  • Tijdens de kringgesprekken / vergaderingen met de kinderen komen vele zaken aan de orde.
  • Aandacht voor motorische ontwikkeling.
  • In de groepen 7/8 wordt godsdienst- of humanistischvormingsonderwijs voor 0.45 uur aangeboden.
 
 
Groep 1/2
  • In groep 1 en 2 wordt vooral spelenderwijs geleerd; al spelend werkt het kind aan haar/zijn eigen ontwikkeling. De leerkracht stimuleert,  schept voorwaarden en begeleidt daarbij. We werken aan de hand van thema's. Thema's sluiten aan bij de belevingswereld van het kind. Meestal werken we  twee tot drie weken aan eenzelfde thema. Thema’s zijn vaak gekoppeld aan de jaarcyclus, bijv. herfst. Activiteiten op het gebied van het voorbereidend lezen, rekenen en schrijven worden aangepast;  
     
  • Elke dag heeft een aantal vaste onderdelen:
    • taalontwikkeling (bijv. verhalen, opzegversjes, kring)
    • werkles (plakken, knippen, puzzelen, tekenen, begrippen aanleren)
    • muzikale vorming (liedjes aanleren, ritmes, hoog/laag)
    • bewegingsles (motoriek-oefeningen, tik- en zangspelen)
    • vrij spel (binnen en buiten)
       
  • In de loop van het tweede jaar ontdekken leerlingen de letter- en cijfersymbolen. Wij geven de kinderen de mogelijkheid (en stimuleren ze daarbij) om er mee te werken;  
     
  • We gebruiken tijdens het werken o.a. de voorlopers van de methodes die ook in de ander groepen worden gebruikt. Daarnaast: 

  • Taal  
  • Engels
  • Fries
  • Schatkist
  • Join In, starters level
  • Ikke en losse thema's

 

Groep 3/4
  • Het accent komt meer te liggen op het aanleren, inoefenen en automatiseren van de basisvaardigheden. (Lezen schrijven, taal en handelend rekenen);
      
  • Er komt meer aandacht voor de buitenwereld;  
     
  • Er is ruimte voor expressie-vakken, bewegingsonderwijs en spel;
      
  • In de groepen 3 en 4 wordt er wekelijks gezwommen;
     
  • We gebruiken de volgende methodes:
     
    • Lezen
       
    • Rekenen 
    • Schrijven 
    • Taal
    • Spelling
    • Wereld Oriëntatie
    • Engels
    • Fries
    • Veilig Leren Lezen
    • Goed gelezen
    • Rekenrijk
    • Pennenstreken
    • Taalaktief
    • Taalaktief Spelling
    • De Grote Reis
    • Here Comes Minibus
    • Studio F ( aanvullend materiaal voor groep 3).
 
Groep 5/6
  • Uitbreiden en verdiepen van de basisvaardigheden. (Begrijpend- en studerend lezen, taalschat, inzichtelijk-, handig-, schattend- en cijferend rekenen);
      
  • Meer aandacht voor wereld oriënterende vakken. (Aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijverkenning, biologie en natuurkunde, techniek);
      
  • Ruimte voor creatieve vakken en bewegingsonderwijs;
     
  • We gebruiken dezelfde methodes als in groep 4, behalve:
     
    • Wereld Oriëntatie
    • Engels
    • Fries
    • De Grote Reis
    • Here Comes Superbus
    • Studio F
     
 Groep 7/8
  • Uitbreiden en verdiepen van de reeds hierboven genoemde basisvaardigheden;
       
  • Het volgen van humanistisch- of godsdienstig vormingsonderwijs;  
     
  • Meer aandacht voor geestelijke stromingen.
     
  • Herhalen van reeds aangeboden leerstof;
     
  • Voorbereiden op het voortgezet onderwijs. (Leren omgaan met huiswerk, overhoringen en repetities);
     
  • Het doen van een verkeersexamen (groep7);
     
  • We gebruiken dezelfde methodes als in groep 4, behalve:
     
    • Wereld Oriëntatie
    • Engels
    • Fries
    • De Grote Reis
    • Let's do it
    • New Stepping Stones
    • Studio F
     
 
 
 
 
 
  

 

3.4. DE REGISTRATIE VAN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND.
 
Observaties en methodegebonden toetsen
Vanaf groep 1 volgen wij de ontwikkelingen van de leerlingen. We doen dit via observaties en toetsmomenten uit de methodes. Iedere leerkracht houdt in haar/zijn klassenmap registratielijsten bij, welke een beeld geven van de vorderingen van elke leerling. De leerkracht kan zo snel zien of de leerling zich voldoende ontwikkelt.
 
Toetsweken met methode onafhankelijke toetsen
Naast het systeem van registreren van de resultaten van de methode gebonden toetsen, plannen wij ook ieder jaar twee toetsweken: in januari en juni. We gebruiken dan methode onafhankelijke toetsen. Deze toetsen zijn landelijk genormeerd en worden afgenomen voor de gebieden technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen. Na elke toetsweek bespreken we tijdens een teamvergadering de resultaten van alle groepen en kunnen zo snel bijsturen in het leerproces. De gegevens van deze toetsen worden opgeslagen in ons (Esis-computer-) leerlingvolgsysteem. In groep 8 nemen we deel aan de Cito de Cito eindtoets. Daarnaast volgen we alle leerlingen op het gebied v/d sociaal-emotionele ontwikkeling.
 
Kerndoelen
De rijksoverheid heeft kerndoelen vastgesteld op het gebied van leergebieden en enkele leerstofoverstijgende kerndoelen. Voorbeelden van kerndoelen zijn:
 
Leerstofoverstijgende kerndoelen:
goede werkhouding, respectvol luisteren, verwerven en verwerken van informatie, respectvol omgaan met elkaar, ontwikkelen van zelfvertrouwen, zorg voor de leefomgeving.
 
Leerstofspecifieke kerndoelen:
Mondeling taal: leerlingen leren informatie te verweven uit gesproken taal. Schriftelijk taal:leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten. Rekenen: de leerlingen leren praktische en formele rekenkundige problemen op te lossen en redeneringen helder weer te geven.
      u
 UitgeUitgebreidere informatie over de kerndoelen is bij de schoolleiding te krijgen.
 

Nieuwe methoden zijn op deze kerndoelen afgestemd. Leerlingen die zich conform de in de methode gestelde doelen ontwikkelen voldoen aan de kerndoelen. Onze school heeft op het gebied van lezen, Nederlandse taal, spelling, studerend lezen, rekenen en wereldoriëntatie nieuwe methoden

 
 
  
 

 

   

 

3.5. DE RAPPORTAGE VAN DE VORDERINGEN
 

Onderstaande geldt voor groep alle groepen, behalve groep 8. Voor groep 8 hanteren we een afwijkende vorm. Deze leerlingen bereiden zich voor op een schooladvies voor het voortgezet onderwijs

 
  • Schriftelijk:  

    • Twee maal per jaar middels een rapport (vanaf groep 3) eind januari en juni.  
    • De kleuters krijgen de ontwikkelingsmap mee.
       
  • Mondeling:

    • Tijdens de (rapport)spreekuren en de zorgspreekuren. (Zie paragraaf 6.2).
    • Voor groep 8 hanteren we een afwijkende vorm. Deze leerlingen bereiden zich voor op een schooladvoes voor het Voortgezet Onderwijs. 
 
  
 
   

 

3.6. EINDRAPPORTAGE
 
De school stelt een onderwijskundig rapport op in de volgende situaties:
  • bij het tussentijds verlaten van de school
  • bij verwijzing naar een speciale basisschool
  • Bij doorstroming naar het voortgezet onderwijs
Ouders worden van de inhoud op de hoogte gebracht en dienen schriftelijke toestemming voor doorsturing te geven.
 
 
  
 
 
 
  

 

3.7. DE RESULTATEN VAN HET ONDERWIJS
    
Passende ontwikkeling
We stellen ons tot doel ieder kind een passende ontwikkeling te laten doorlopen. We gaan daarbij zoveel mogelijk preventief te werk, zodat we niet achteraf allerlei zaken moeten oplossen. Wekelijks stellen we zonodig het lesprogramma van het kind bij. Dat betekent dat we vroegtijdig, dat wil zeggen vanaf groep 1 en 2, reeds signaleren welke kinderen extra zorg nodig hebben en welke kinderen gemakkelijker de leerstof kunnen doorwerken.
 
Intern begeleider zorgverbreding
De interne begeleider zorgverbreding spreekt regelmatig alle leerlingen door met de groepsleerkracht (analyse/diagnose gesprekken). Indien nodig, wordt voor de leerlingen tijdelijk of permanent een handelingsplan opgesteld door de interne begeleider en de groepsleerkracht. Twee keer per jaar wordt de ontwikkeling van het kind, aan de hand van toetsing doorgesproken met de ouder(s)/verzorger(s).
 
Een jaar langer
Soms zijn we om uiteenlopende redenen van mening, dat een kind beter een jaar langer over een onder- of middenbouwgroep kan doen. Ook dan blijft de leerling doorwerken op zijn/haar ontwikkelingsniveau. Een advies van de school kan afwijken van de wensen van de ouders. De uiteindelijke beslissing ten aanzien van verlening ligt bij de school.
 
De kwaliteitskaart
De rijksinspectie heeft als taak de kwaliteit van scholen te beoordelen. De rapportage van de rijksinspectie is openbaar. Indien u dat wenst kunt u de rapportage over onze school op school inzien en willen wij hier graat een toelichtend gesprek met u over voeren.
 
   
 
Het meest recente oordeel van de inspectie:

Basistoezicht 16-10-2008 
o.b.s. De Tille heeft het vertrouwen van de Inspectie van het Onderwijs. Er vindt in principe voor de periode van één jaar geen verder toezicht plaats. De inspectie heeft geen aanwijzingen dat er belangrijke tekortkomingen zijn in de kwaliteit van het onderwijs.

Eerdere toezichtbevindingen: